Een Geestige Dialoog

uiteindelijk is het uur gekomen waarin we verklaren waarom Petrus Paulus Rubens in de hel belandde. Kijk naar deze twee grote triptieken. Links zien we De Kruisiging en rechts de Kruisafneming. De Kruising van Onze Lieve Heer schilderde ik in 1610, en de Kruisafneming in 1612. Toen was ik reeds verkocht aan vreemde meridianen, aan de geheime diplomatieke strategie en verloochende ik al mijn meester en riep hem uit tot een armzalige bedrieger. Daarom kwam het tot die gedurfde verandering in mij, waarover ik u later meer zal vertellen in mijn eigen huis, maar laat mij je nu even verleiden met wat nu volgt.

Reeds in 1608 liet ik, zoals ik al zei, Christus achter mij. Wat niet belette dat ik nog heftiger voortging met het uitbeelden van zijn Lijden, want het streelde mijn ontloken hoogmoed. Op elk doek liet ik een duidelijk teken na dat mijn misprijzen uitdrukte ten opzichte van de heilige uitvoerders die Christus op en van het kruis hielpen. Dat, Aleksander, kan je op deze triptiek ontdekken. Wat denk je?

Ik had geen antwoord klaar. Aandachtig bekeek ik de grote doeken en aanschouwde ik de gebruikelijke gezichten van hen die Christus kruisigden en van het kruis afnamen. Maar wat kende een eenvoudige juwelier van kunst? Ik wist nauwelijks van het bestaan van Rubens af. Als ik voor mijn werk naar Antwerpen kwam, had ik zelfs nooit het Museum voor Schone Kunsten bezocht. Mijn Museum voor Schone Kunsten bevond zich in het diamentaire kwartier. Maar nu met Petrus Paulus aan mijn zij had ik de gelegenheid alles te leren. Wat verborg Rubens?
-- Zeg me, Petrus Paulus, welke geheimen verberg je op deze doeken?
-- Kijk goed toe, Aleksander, eerst op de Kruisiging. Kijk wat ik hier gedaan heb. Christus doorsnijdt het schilderij als een chirurgisch mes, de diagonaal van zijn lichaam loopt van linksboven naar rechtsonder. En kijk nu eens aan de ander kant van de kathedraal. Bij de Kruisafneming is de compositie juist omgekeerd: het uitgemergelde lichaam verdeelt het beeld van rechtsboven naar linksonder. Die spanning in de compositie was in mijn tijd mijn eigen uitvinding. En kijk naar het gelaat van Christus op beide doeken. Zoveel leed kon een gelovige schilder nooit op het doek krijgen. En het hoofd van de Gekruisigde, als men hem van het kruis neemt, kijk hoe het op zijn rechterschouder valt. Dat is ongezien.

Maar verontschuldig me, ik liet me verleiden tot enige algemene en lovende opmerkingen over deze triptiek. Wat listig verborgen werd, dat is onze vraag. Eerst de Kruisiging. Kijk naar die gespannen koord die de Gekruisigde tergt. De koord is juist wat ik als realistisch en tegelijkertijd als hels aanbracht als teken van verachting. Geen enkel teken van verheffing. De koord vertelt ons dat de zeven personages van de Kruisiging enkel hun werk deden, naar huis gingen en hun ontspannen zochten om morgen een nieuwe kruisiging uit te voeren. Wat wil je, economisch zijn: de kracht behouden om het werk verder te kunnen uitvoeren. Hun bezorgde gezichten alleen al verraden het ons, en daar die figuur rechts aan de flank van Onze Heer, blijkbaar de Saraceen, die plaatselijke immorele lincher.

Wij wenden ons nu naar de de Kruisafneming. Nu wordt het gemakkelijker, niet? Hier is het teken van verachting: de volgeling die aan het hoofd van het kruis staat houdt de lijkwade tussen de tanden. Tussen de tanden: kan je het je voorstellen? Niemand heeft ooit tot dan toe het beeld zo bezoedeld. Misschien kan het vandaag naïef lijken, maar in mijn tijd waren dergelijke vrijpostigheden in de afbeelding van Christus ongezien. Kijk hoe de anderen er bijstaan. De volgeling op het voorplan, half van ons weggekeerd, is gekleed in hetzelfde geplisseerde weefsel als de Saraceen die Christus ondersteunt in het andere doek. Dat bleef onopgemerkt. In mijn tijd zocht men enkel geheime tekens en sporen. Daar heb ik zelf vervloekt aan meegedaan, maar daarover later…

Toen de doeken opgesteld werden, begreep de Antwerpse onderbisschop het onmiddellijk, maar hij kon niet anders dan de onvergetelijke doeken die hij zelf besteld had op hun plaats te laten; als hij hen liet wegnemen werd het overduidelijk dat hij een onderdeel was van de duivelse machinatie.

Na drie jaar vond de onderbisschop uiteindelijk de moed zich tot de jezuïeten te wenden; hij deed het voorzichtig om zichzelf niet in verlegenheid te brengen, en ik werd enkel symbolisch voor het gerecht gedaagd va n de heilige inkwisitie. Verontschuldig me als ik erom smaal, maar klagen bij de jezuïeten die al even schuinmarcheerders waren als ik, dat was zoveel als brand roepen bij gepatenteerde brandstichters. De werken bleven natuurlijk hangen op dezelfde plaats, zoals je kan zien, en tot op de dag van vandaag flitsten er de foto-apparaten zonder ophouden.

Vero,tschuldig me nog eens, toch wil ik je aandacht vragen voor nog iets, voor we naar het Museum voor Schone Kunsten vertrekken, waar zich nog enkele van mijn helse werken bevinden. Op het eerste deel van de triptiek is de kleur van de huid van Christus nog heel gewoon. Maar laat ons eens op het andere deel kijken. Ik kan mezelf er alleen om prijzen. Hoe meesterlijk en onbeschaamd werd de kleur aangebracht van de huid van de agoniserende Christus toen men hem van het kruis nam. Dit was slechts het begin, en je kan mijn geniale koloristische inventiviteit slechts begrijpen als we straks het Museum voor Schone Kunsten bezoeken. Kijk toch naar de huid van Christus. Is het niet schitterend?

Ik kwam naderbij en ontdekte waarlijk iets wonderbaarlijks. De huid van Christus die van het kruis werd afgenomen was inderdaad afschrikwekkend. Rubens, die trots naast mij stond, had hem in grijs-zilveren nuances afgebeeld. Een dergelijke kleur was typisch, kon ik als vakman-juwelier niet anders dan opmerken, voor hen die een vergiftiging opliepen bij het zuiveren van diamanten.

(Vertaald door Robert Stallaerts)